‘Oranje ik ben je beu’

26.50

Majesteitsschennis en de vrijheid van meningsuiting

SKU: 978-90-8863-047-7 Categorie:

Beschrijving

Sinds het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander met Máxima Zorreguieta in 2002 is de toepassing van de bepalingen over de ‘misdrijven tegen de koninklijke waardigheid’ (majesteitsschennis) aan een revival bezig. Dit volgt op een hausse aan veroordelingen onder Willem III, tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de jaren zestig van de twintigste eeuw.
In deze studie bespreekt Stef Ketelaar het delict majesteitsschennis, zoals dat in het Wetboek van Strafrecht is neergelegd in de artikelen 111, 112 en 113. Daarbij komen het staatsrecht en het strafrecht aan de orde: enerzijds de onschendbaarheid van de Koning en de ministeriële verantwoordelijkheid, anderzijds commune beledigingsdelicten zoals smaad en eenvoudige belediging. Ook gaat de auteur na hoe majesteitsschennis is geregeld in twee andere monarchieën: België en het Verenigd Koninkrijk.
Veroordeling wegens majesteitsschennis is een beperking van het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting. Op het moment dat uitingen (en dus ook majesteitsschennis) een bijdrage vormen aan het maatschappelijke of politieke debat, moet daar op grond van het EVRM ruimte voor zijn. Die grenzen worden in dit boek verkend. Volgens de auteur interpreteert de Hoge Raad deze beperkingen te strikt en schendt daarbij de internationale normen. Ketelaar pleit voor een uiterste terughoudendheid bij de toepassing van de bepalingen die majesteitsschennis verbieden. Ook afschaffing van de artikelen die majesteitsschennis verbieden, behoort volgens de auteur tot de mogelijkheid.
Mr.drs. Stef Ketelaar is historicus en jurist.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2009