Digitaal procederen

25.00

De praktische betekenis van het concept-wetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering van het burgerlijk procesrecht

SKU: 978-90-8863-143-6 Categorieën: , ,

Beschrijving

Met het concept-wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Algemene wet bestuursrecht in verband met vereenvoudiging en digitalisering van het procesrecht beoogt de wetgever – met de inzet van computers en het internet – de civiele procedure eenvoudiger, sneller en doelmatiger te maken.
Na inwerkingtreding zal de civiele procedure van begin tot eind, dus van verzoekschrift tot vonnis, zo veel mogelijk digitaal verlopen. Om dit te faciliteren verdwijnen de verplichte betekening van de dagvaarding en het pleidooi als afzonderlijke processtap. Onder de noemer ‘uniforme basisprocedure’ zullen alle zaken voortaan worden ingeleid met een digitaal verzoekschrift aan de rechtbank. Ook de processtukken worden in digitale vorm aangeleverd.
Wat zijn hiervan de gevolgen voor de praktijk van het civiele procesrecht en het procederen in civiele zaken? Om die vragen te beantwoorden biedt mr. Jeroen Wolthuis eerst een historische beschouwing van het civiele procesrecht en gaat daarbij specifiek in op het bewijsrecht in burgerlijke zaken. Verder behandelt hij de mogelijkheden binnen het huidige procesrecht om digitaal processtukken aan te leveren, alsmede het exacte belang van de verplichte betekening van de dagvaarding. Tot slot gaat hij in op de veranderingen die het concept-wetsvoorstel teweegbrengen voor de civiele procespraktijk. Daarbij vergelijkt hij de voorgestelde wijzigingen met de situatie in Engeland en Wales, de Verenigde Staten, België en Portugal, waar bepaalde aspecten van de civiele procedure al zijn gedigitaliseerd. Daaruit blijkt dat de Nederlandse procespraktijk zich maar beter tijdig kan voorbereiden op ‘civiel procederen 2.0’.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2014