De groepsvrijstelling op basis van artikel 2:403 BW

29.50

Aansprakelijkheid van de moedervennootschap en de positie van schuldeisers

SKU: 978-90-8863-095-8 Categorieën: , ,

Beschrijving

Schuldeisers dienen inzicht te kunnen krijgen in de financiële toestand van een vennootschap. Daarom bestaat er de wettelijke verplichting om jaarstukken te publiceren. Wanneer elke vennootschap afzonderlijk jaarstukken zou moeten publiceren, zou dit resulteren in een zware last voor grote concerns. Op grond van artikel 2:403 BW kunnen vennootschappen grotendeels worden vrijgesteld van deze wettelijke verplichting. Om schuldeisers te compenseren dient de moedervennootschap van een vennootschap, die op grond van artikel 2:403 BW is vrijgesteld van deze verplichting, zich middels een verklaring aansprakelijk te stellen voor bepaalde schulden van de vrijgestelde vennootschap. Dit is de ‘403-verklaring’.
De positie van schuldeisers die worden geconfronteerd met een 403-verklaring is in veel gevallen onduidelijk. Aan welke inhoudelijke eisen dient een 403-verklaring te voldoen? Voor welke schulden kan de moedervennootschap aansprakelijk worden gesteld op basis van een 403-verklaring? Welke rechten vloeien voort uit een 403-verklaring en een daarop gebaseerde aansprakelijkheidsstelling? Zijn een 403-verklaring en daaruit voortvloeiende rechten vatbaar voor overgang en/of overdracht? Wat gebeurt er met een 403-verklaring en daaruit voortvloeiende rechten wanneer een fusie of splitsing plaatsvindt?
In dit boek behandelt advocaat mr. Jop van der Kraan (Banning, ‘s-Hertogenbosch) de samenloopsituaties van de verschillende rechtsgebieden (goederenrecht, verbintenissenrecht, jaarrekeningenrecht en ondernemingsrecht) die zich voordoen in het kader van de 403-verklaring. Op basis van de actuele ontwikkelingen in de rechtspraak en literatuur, brengt hij de positie van schuldeisers die worden geconfronteerd met een 403-verklaring in kaart.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2012