Winstdrainage en hybride entiteiten

25.00

De tegenbewijsregeling bij concernfinanciering via hybride entiteiten

SKU: 978-90-8863-088-0 Categorie:

Beschrijving

Bij de heffing van vennootschapsbelasting wordt het fenomeen van winstdrainage door artikel 10a Wet Vpb bestreden. Winstdrainage houdt in dat tussen concernvennootschappen – zonder dat daartoe een reële financieringsbehoefte bestaat – op een zodanige wijze een schuldverhouding wordt gecreëerd dat tariefsarbitrage in de heffing over de rentebaten en de aftrek van de rentelasten mogelijk wordt. Alsdan weigert artikel 10a Wet Vpb de renteaftrek, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Dit tegenbewijs ziet op de motieven voor het aangaan van de schuldverhouding dan wel de belastingheffing over de rentebaten.
De vraag op welke wijze dit tegenbewijs is te leveren in de gevallen waarbij de schuldverhouding een hybride entiteit is betrokken, is in de literatuur en jurisprudentie onderbelicht gebleven. In deze gevallen is dan ook niet zonder meer duidelijk onder welke omstandigheden – en eventueel onder nadere voorwaarden – aan het tegenbewijs wordt voldaan en aldus de renteaftrek wordt behouden. Met dit boek wordt beoogd in deze leemte te voorzien.
In dit boek gaat Mats Cornelisse (De Bont Advocaten, Amsterdam) uitgebreid in op de rechtsfiguur van de hybride entiteit, de anti-winstdrainageregels van art. 10a Wet Vpb en wat rechtens is wanneer de tegenbewijsregeling wordt betrokken op concernfinanciering via hybride entiteiten.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2012