Waarheidsvinding en ambtshalve aanvullen door de civiele rechter

28.50

Lijdelijkheid en procesautonomie in het burgerlijk procesrecht

SKU: 978-90-8863-110-8 Categorieën: ,

Beschrijving

Met de Wet herziening van het procesrecht burgerlijke zaken, in het bijzonder de wijze van procederen in eerste aanleg (2002), heeft de comparitie van partijen een centrale plaats ingenomen in de huidige civiele procedure, met de rechter als regisseur. Deze heeft in het civiele proces meer vrijheid gekregen en kan zo invloed uitoefenen op de inhoud en omvang van de zaak. Toch dient de rechter ervoor te waken dat hij binnen de grenzen van de rechtsstrijd blijft. Over dat spanningsveld, de behoefte aan zowel finaliteit als kwaliteit van de civiele procedure, gaat dit boek. Met oog voor de praktijk en de theorie onderzoekt mr. Sander Leemburg dit aan de hand van de dagvaardingsprocedure in eerste aanleg bij de sector civiel in zaken op tegenspraak.
Na een bespreking van de historische ontwikkeling van de verhouding tussen de rechter en partijen in het burgerlijk procesrecht, behandelt hij de veranderde rol van de dagvaarding, de conclusie van antwoord, de comparitie van partijen, de conclusies van repliek en dupliek, het pleidooi en de preprocessuele comparitie, en wat dat betekent voor het praktisch procederen. Vervolgens behandelt hij aan de hand van het procesrechtelijke beslissingsmodel, het stelsel van de artikelen 21, 22, 24, 25 en 149 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de lijdelijkheid van de civiele rechter en de procesautonomie van partijen. Tot slot betrekt hij de jurisprudentie van het Hof van Justitie bij zijn onderzoek: in hoeverre verwacht dit hof een actieve houding van de nationale rechter in het civiele proces waar het in nationaal recht omgezette consumentenbeschermende richtlijnen betreft?
Mr. S. Leemburg is jurist bij een van de grotere deurwaarderskantoren van Nederland.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2013