Beschrijving
Undercoveroperaties behoren tot de meest fascinerende en ingrijpende opsporingsmethoden binnen het strafprocesrecht. Opsporingsambtenaren nemen een andere identiteit aan, bouwen relaties op en dringen soms diep door in het persoonlijke leven van een verdachte. Wat gebeurt er wanneer de overheid haar ware identiteit verbergt om de waarheid boven tafel te krijgen? En waar liggen de grenzen van wat daarbij is toegestaan?
Dit boek onderzoekt de normering en toepassing van strafvorderlijke undercoverbevoegdheden in Nederland. Centraal staan infiltratie, pseudokoop en -dienstverlening en het stelselmatig inwinnen van informatie. Deze bevoegdheden worden onderzocht in het licht van het recht op een eerlijk proces en het recht op privacy, zoals beschermd door artikel 6 en artikel 8 EVRM. Daarbij is onder andere aandacht voor de verklaringsvrijheid van de verdachte, ontoelaatbare uitlokking en het ondervragen van undercoveragenten.
Daarnaast gaat dit boek in op de integriteit en beheersbaarheid als kader voor undercoveroptreden. Juist omdat undercoveroperaties zich grotendeels aan het directe zicht van verdachte, verdediging en rechter onttrekken, zijn duidelijke normering, zorgvuldige uitvoering, transparante verslaglegging en effectieve controle van groot belang. Het onderzoek laat zien dat deze voorwaarden niet alleen bepalend zijn voor de rechtmatigheid van de operatie, maar ook voor de mogelijkheid om achteraf de eerlijkheid van de procedure en de betrouwbaarheid van het verkregen bewijs te beoordelen.
Schijn bedriegt laat daarmee zien hoe ver de overheid mag gaan in haar zoektocht naar de waarheid, wanneer zij die waarheid juist door misleiding probeert te achterhalen.





