Haatzaaien en groepsbelediging

30.00

Het lex-certabeginsel in de delictsbestanddelen en de rechterlijke toepassing van het haatzaai- en groepsbeledigingsverbod

SKU: 978-90-8863-197-9 Categorie:

Beschrijving

In de discussie over de vrijheid van meningsuiting staan twee verboden centraal: het verbod op groepsbelediging (artikel 137c Sr) en het haatzaaiverbod (artikel 137d Sr). Op beide delicten is de nodige kritiek: de delictsomschrijvingen in deze artikelen zou op essentiële punten onduidelijk zijn. Deze vaagheid en de rechterlijke interpretaties hiervan zouden afbreuk doen aan het lex-certabeginsel en daarmee de rechtszekerheid van de burger aantasten. In dit boek onderzoekt mr. Daniël Leeuwestein of de verschillen in rechterlijke interpretaties van de artikelen 137c en 137d Sr strijdig zijn met het lex-certabeginsel.
Hij bespreekt het lex-certabeginsel, de eisen die dit beginsel stelt aan delictsomschrijvingen en de ruimte die een rechter heeft om delictsomschrijvingen te interpreteren. Vervolgens gaat de auteur in op het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) – de Nederlandse rechter is gehouden om de artikelen 137c en 137d Sr zoveel mogelijk te interpreteren en toe te passen conform het EVRM en de rechtspraak van het EHRM. De auteur behandelt verder de mogelijkheden die het EVRM en het EHRM bieden om het recht op vrijheid van meningsuiting te beperken.
Tot slot gaat de auteur uitgebreid in op de bestanddelen van de artikelen 137c en 137d Sr en de verschillende rechterlijke interpretaties daarvan. Aan de orde komen ook uitlatingen betreffende immigratie, integratie, geloof en het Wilders-proces.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2016