Bewijsuitsluiting in het nieuwe Wetboek van Strafvordering

25.00

Artikelnummer: 978-90-8863-282-2 Categorie: Tags: , ,

Beschrijving

De afgelopen decennia heeft zowel de wetgever als de Hoge Raad een bijdrage geleverd aan (de mogelijkheid tot) het uitsluiten van bewijs in het strafrecht. Hierbij is getracht een betamelijk systeem te creëren waarin opsporingsambtenaren niet ongestraft bij willekeurige burgers huizen kunnen doorzoeken, maar anderzijds ook verdachten niet vrijuit gaan als bijvoorbeeld een telefoon onrechtmatig is doorzocht.
Na kritiek in de literatuur op het huidige systeem heeft de wetgever besloten het artikel over bewijsuitsluiting in het nieuwe Wetboek van Strafvordering aan te passen. In de opvolger van het huidige artikel 359a Sv krijgt de strafrechter een normatief richtsnoer bij onrechtmatig strafvorderlijk handelen. In ‘het belang van een goede rechtsbedeling’ – een nieuw criterium – kan dan bewijs tegen een verdachte worden uitgesloten. In dit boek beschrijft de auteur wat dit nieuwe criterium precies inhoudt en wat de consequenties kunnen zijn wanneer bij vormverzuimen bewijs wordt uitgesloten.
De auteur bespreekt eerst het huidige juridisch kader inzake bewijsuitsluiting als gevolg van vormverzuimen in het strafrechtelijk vooronderzoek. Vervolgens beschrijft hij waarom de wetgever een nieuw criterium introduceert voor het uitsluiten van bewijs, en in hoeverre dat materieel gezien afwijkt van de oude (huidige) situatie. Tot slot behandelt de auteur de vraag in hoeverre het nieuwe Wetboek van Strafvordering een ander juridisch kader biedt bij bewijsuitsluiting bij vormverzuimen, en of dit consequenties zal hebben in de strafrechtpraktijk.

Mr. A.M.J. Joris is als advocaat verbonden aan Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, Roosendaal

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2020

Andere suggesties…