Strafbaar nalaten

21.00

De praktische en jurisprudentiële grenzen van het oneigenlijke omissiedelict

SKU: 978-90-8863-020-0 Categorie:

Beschrijving

Op straat wordt iemand mishandeld. Omstanders zien het gebeuren en grijpen niet in. Een minderjarige wordt door haar stiefvader seksueel misbruikt. De moeder is op de hoogte van de situatie maar laat na om de politie te waarschuwen.
Wat kan in deze situaties van een gemiddelde burger worden verwacht? Welke rol moet het strafrecht hierin vervullen? De Hoge Raad heeft gevallen aangenomen waarbij een morele plicht tot handelen tevens een strafrechtelijke plicht werd. Dit boek behandelt deze oneigenlijke omissiedelicten: delicten die men begaat door een nalaten (omissie), en waarbij dit nalaten niet als gedraging in de wet wordt genoemd.
De auteur gaat in op de zorgplichttheorieën van Nieboer en Strijards, het passief medeplegen en de ontwikkeling in de jurisprudentie over het oneigenlijke omissiedelict. Het blijkt dat het Openbaar Ministerie steeds vaker nalatigen vervolgt, terwijl omissies niet alleen moeilijk zijn te plaatsen binnen het wettelijk systeem, maar ook binnen de heersende doctrine. Wordt te snel strafrechtelijke aansprakelijkheid aangenomen op grond van een omissie, dan wordt volgens de auteur – indachtig Immanuel Kant – het strafrecht getransformeerd in ethiek, hetgeen kan eindigen in tirannie en willekeur.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2008

Andere suggesties…