Oneigenlijk gebruik van de Wet openbaarheid van bestuur

27.50

Naar een antimisbruikbepaling in de Awb

SKU: 978-90-8863-183-2 Categorie:

Beschrijving

De Wet openbaarheid van bestuur bepaalt dat burgers het recht hebben om een verzoek tot het ontvangen van overheidsinformatie bij bepaalde overheidsorganen in te dienen, zonder daarbij een belang te hoeven stellen. Dat heeft er toe geleid dat er ook ‘oneigenlijke verzoeken’ worden ingediend, dus met een ander doel dan het daadwerkelijk ontvangen van informatie. Daarbij kan worden gedacht aan het traineren van het overheidsapparaat tot het incasseren van dwangsommen. Dit werkt het doel van de Wob – het bevorderen van een goede en democratische bestuursvoering – tegen, maar de huidige systematiek van onze openbaarheidswetgeving laat het wel toe.
In dit boek onderzoekt mr. Sebastiaan Hamans of het mogelijk is om aan dit probleem het hoofd te bieden, en zo ja, wat daarvoor de beste methode zou zijn. Daartoe beschrijft de auteur eerst de totstandkoming en de systematiek van de Wet openbaarheid van bestuur. Daarna maakt hij duidelijk hoe het oneigenlijk gebruik van Wob-verzoeken precies vorm krijgt. Vervolgens geeft hij een overzicht van de oplossingen voor het tegengaan van oneigenlijk gebruik en van de initiatieven die daartoe reeds tot stand zijn gebracht. Ten slotte beargumenteert hij of deze oplossingen al dan niet wenselijk zijn, en doet hij een voorstel om een antimisbruikbepaling in de Algemene wet bestuursrecht op te nemen.

Extra informatie

Auteur

ISBN

Aantal pagina's

Datum van uitgave

2016